|
De basisprogramma's en hun verloop
- De eerste fase vangt aan wanneer de vaatwasmachine wordt
ingeschakeld. Eerst en vooral zal de vaatwasser kort afpompen
om het resterende water uit het filterhuis te verwijderen. Dan
neemt de vaatwasser de eerste maal water. Al het verse water
dat de vaatwasser zal gebruiken stroomt doorheen de onthardingsinstalltie,
waardoor het water verzacht zal worden. Bij de meeste toestellen
komt het water rechtstreeks uit de kraan. Bij toestellen uitgerust
met een warmtewisselaar is dit water afkomstig van bij de vorige
afwasbeurt, waarbij het gediend heeft voor het creëren van
een koude wand om het droogproces optimaal te laten verlopen.
- Fase
nummer twee is de fase van het voorspoelen. De grootste deeltjes
etensresten worden met koud water afgespoeld. Men mag rekenen
op ongeveer 3 à 5 liter water om het voorspoelen
te voltooien. Tijdens het voorspoelen wordt het water door een
circultaiepomp steeds rondgestuwd. Dit betekent dat het water
onderaan in de kuip wordt aangezogen doorheen een filtersysteem
dat uit meerdere filters bestaat. Daarna stuwt de pomp het gezuiverde
water naar de sproeiarmen en douche bovenaan de kuip waardoor
het op het vaatwerk gesproeid wordt.
- De volgende fase kan
gezien worden als het effectieve afwassen, ook hiervoor is een
3 à 5 liter water nodig. Voor deze cyclus wordt meestal
vers water uit de kraan getapt. Sommige modellen die uitgerust
zijn met een geavanceerd vuildetectiesysteem (automatische vaatwassers)
kunnen echter beslissen om het water uit de voorspoelfaze te
hergebruiken wanneer het nog voldoende zuiver. Geleidelijk aan
wordt het water opgewarmd tot een maximumtemperatuur van ongeveer
65°C. De circulatiepomp in een afwasmachine in combinatie
met een uuitgekiend filtersysteem zorgt ervoor dat hetzelfde
water ettelijke keren kan hergebruikt worden in eenzelfde faze.
Bij de moderne vaatwasser komt een totaalverbruik van 10 liter
over een volledige cyclus – door het circulatiesysteem
- overeen met tot meer dan 4000 liter indien men steeds nieuw
water zou gebruiken.
- Vervolgens is het tijd voor de eerste spoelbeurt. De laatste
voedsel- en zeepresten worden verwijderd. Bij de meeste vaatwassers
gebeurt dit met koud water. Bij toestellen met warmtewisselaar
zal het water van de eerste spoelbeurt echter in de warmtewisselaar
door recuperatie van energie voorverwarmd worden tot een temperatuur
gelijk aan die van het vaatwerk. Op deze manier worden thermische
schokken op het vaatwerk vermeden.
- Na de eerste spoelbeurt vindt,
hoe kan het ook anders, de tweede spoelbeurt plaats. Aan het
water dat nu in de machine komt wordt glansspoelmiddel toegevoegd
om ervoor te zorgen dat op het einde van deze cyclus reeds een
maximale hoeveelheid van het vaatwerk zal stromen. Ook hier zal
bij de meeste toestellen koud water uit de kraan worden gebruikt
dat dan langzaam tot een temperatuur van meestal 65°C zal worden opgewarmd.
Bij toestellen met warmtewisselaar zal het water van de tweede
spoelbeurt echter in de warmtewisselaar door recuperatie van
energie uit de vorige faze voorverwarmd worden tot een temperatuur
gelijk aan die van het vaatwerk. Op deze manier worden weer
thermische schokken op het vaatwerk vermeden en wordt bovendien
energie gespaard daar minder energie vereist zal zijn om het
water tot 65°C op te warmen. Het vaatwerk neemt een deel
van deze warmte op waardoor het aflopen van het water en het
drogen van de huisraad versneld zal worden.
- De zesde fase wordt
is de droogcyclus. Dit gebeurt meestal aan de hand van de eigen
warmte, hoewel sommige toestellen met behulp van de weerstand
warmte zullen toevoegen.. Bepaalde afwasmachines beschikken
over een ventilator of een turbine, warmtewisselaar of zeolietsysteem
om dit proces te versnellen.
top > |