De kast is opgebouwd uit twee zijwanden die de volledige hoogte
en diepte van de kast bepalen (1), onderaan een tussenbodem (3)
die samen met de dikte van de zijwanden de breedte van de kast
zal vormen. Bovenaan zijn het meestal twee dwarsregels (2) van
variabele breedte die de zijwanden verbinden en waaraan men later
ook het werkvlak bevestigd. De regels worden meestal bij de spoelbakkasten
vertikaal geplaatst (8) om toe te laten de spoelbak in te werken
zonder de regels te verzagen. De rugwand (4) die in de betere keuken
meestal in een groef in de zijwanden geschoven wordt, dient bovenaan
stevig aan de achterregel bevestigd te worden. Onderaan is de rugwand
ofwel in een groef in de bodem geplaatst of loopt door tot onderaan
de ingekorte bodem en is ook daaraan stevig bevestigd. De rugwand
bepaalt dan ook voor een groot deel de overhoekse stevigheid en
haaksheid van de kast. Het materiaal is meestal een 4 mm hardboard
en in de betere keuken een 8 mm spaanplaat met melaminelaag. De
rugwand is ook meestal enkele cm meer naar de binnenzijde geplaatst
(6) dan de achterzijde van de kast teneinde eventuele oneffenheden
in de wand of uitstekende leidingen op te vangen. Bij niet in het
lood staande wanden kan men zo ook de achterzijde van de kastwanden
aanpassen aan de muur zonder de constructie van de kast te wijzigen.
In geval van een dubbele onderkast met deuren zal meestal in het
midden van de kast een verticale regel (7) geplaatst wordt.