Ook dit gegeven kan de werking van uw dampkap ernstig beïnvloeden.
Het vermogen van de motor, het afzuigsysteem dus, wordt in m³/uur uitgedrukt.
De capaciteit van uw dampkap moet afgestemd zijn op de kubieke inhoud van uw keuken. Algemeen gezien zal de capaciteit van het afzuigsysteem in uw dampkap tussen de 200 en 800 m3 bedragen, maar er bestaan modellen met een capaciteit tot ver boven de 1000 m³/uur.
Natuurlijk is het geen certitude om te weten wat nu het juiste vermogen van de motor dient te zijn. Een rekensom kan hier soelaas brengen in de meeste gevallen. Een vuistregel stelt dat de dampkap geschikt zal moeten zijn om in de maximale normaalstand het volume lucht in uw keuken zo’n 6 Ã 12 keer per uur te verversen.
Een goede werking van de dampkap wordt door drie parameters bepaald:
- het afvoerdebiet
- de opvangefficiëntie
- de luchttoevoer
- Afvoerdebiet en luchttoevoer zijn twee onafscheidelijke begrippen die absoluut bepalend zijn voor het rendement van de dampkap.
Een dampkap bestaat in hoofdzaak uit een ventilator die de lucht uit de keuken, boven de kookplaat aanzuigt, en een afvoersysteem naar de buitenomgeving. Wanneer de ventilator draait veroorzaakt hij een drukverschil waardoor het luchttransport op gang kan komen, m.a.w. de ventilator is de drijvende kracht voor het luchttransport. De lucht die door het afvoersysteem wordt verplaatst, ondervindt een zekere weerstand van het afvoersysteem, die als remmende kracht kan worden beschouwd. Door het samenspel van de drijvende en de remmende kracht ontstaat een bepaald afvoerdebiet. Hieruit kan men logisch afleiden dat het rendement van de dampkap bepaald wordt door de dampkap zelf (de ventilator, de drijvende kracht) en het afvoersysteem (de remmende kracht).
De drijvende kracht
De dampkap is in staat, door zijn technische uitrusting, een bepaald debiet bij een bepaald gerealiseerd drukverschil te realiseren dat eigen is aan de dampkap en de gekozen snelheid. Het debiet is maximaal wanneer er geen drukverschil over de ventilator bestaat, het debiet is minimaal bij een (grote) tegendruk wanneer de ventilator nog draait.
De remmende kracht
Het afvoersysteem zal de lucht afremmen die er door de dampkap wordt doorgeblazen, waarbij bij stijgend debiet de “tegendruk” of remming niet lineair stijgt. De mate van remming is eigen aan het gebruikte afvoersysteem. Wanneer er geen lucht stroomt door het afvoersysteem is er ook geen weerstand. Bij stijgend debiet stijgt ook de weerstand of tegendruk van het systeem.
De drijvende en de remmende kracht
de grafiek geeft de relatie tussen drukverschil en debiet weerSluit men de dampkap op het afvoersysteem aan, dan stelt zich een bepaald werkingsdebiet in het welke resultaat is van de combinatie van de beide systemen. De grafiek geeft de relatie tussen drukverschil en debiet weer voor zowel dampkap (blauw) als afvoersysteem (rood) weer en dit voor twee werkingsstanden van de dampkap en twee verschillende afvoersystemen. De snijpunten van de rode en de blauwe grafieken vormen de werkingsdebieten. Hieruit blijkt duidelijk dat voor een bepaalde dampkap, draaiend met een bepaalde snelheid, het werkingsdebiet duidelijk afhankelijk is van het afvoersysteem.
De opvangefficiëntie
De opvangefficiëntie wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de rechtstreeks afgezogen hoeveelheid verontreiniging en de totale hoeveelheid geproduceerde verontreiniging onder de dampkap, m.a.w. de opvangefficiëntie geeft aan welk aandeel van de geproduceerde hoeveelheid damp werkelijk door de dampkap wordt opgezogen. De perfecte dampkap scoort 100%, maar dit geval komt nooit voor. De opvangefficiëntie is een grootheid die niet wordt opgegeven door dampkapfabrikanten daar ze afhankelijk is van een te groot hoeveelheid factoren.
Deze factoren geven ons echter wel een beeld van wat de goede werking van een dampkap kan beïnvloeden:
- het afvoerdebiet
- de activiteit voor het werkblad (bewegende personen voor het werkblad kunnen de opvangefficiëntie aanzienlijk doen dalen)
- de grootte en de vorm van de dampkap
- de hoogte waarop de dampkap wordt geïnstalleerd
- de plaats van de installatie (tegen een muur, in eilandvorm, werkbladdampkap
- Het in de keuken te voorziene afvoerdebiet van de dampkap
Dé hamvraag bij de keuze van de dampkap is steevast het luchtafvoerdebiet van het toestel. Veelal wordt gezwaaid met hoge debieten, die vaak hoegenaamd niet nodig blijken. Maar hoe kiest men dan het correcte debiet voor een particuliere situatie?
Wanneer men er de norm op naslaat moet het normaal ventilatiedebiet voor een keuken 3,6 m³/h per m² vloeroppervlakte bedragen met een minimaal debiet van 50 m³/h (NBN D 50-001). Dit zijn echter normale debieten die een goede luchtkwaliteit beogen, indien de bewoner de dagelijkse bron van verontreiniging is en dit bij een normale activiteit. Deze debieten zijn onvoldoende om geurhinder tijdens het kookproces te vermijden.
De norm vereist eveneens dat in keukens zonder buitendeuren en zonder opengaande buitenvensters een afzuiginstallatie wordt voorzien, die minimaal 200 m³/h kan afvoeren. Er wordt hier van effectief te realiseren debieten uitgegaan en niet van debieten die de dampkap bij nullast kan leveren.
De juiste keuze van het gepaste debiet voor een bepaalde situatie is een complexe aangelegenheid die van een groot aantal factoren afhangt zoals de verwachtingen die men van een dampkap heeft (wat vindt men voor zichzelf aanvaardbaar in de keuken aan geur- of damphoeveelheid), de mogelijkheden van de installatie, de vorm en de grootte van de dampkap,….
Om een beter idee te krijgen van het te kiezen debiet kan een eenvoudige vuistregel worden gehanteerd: kies de dampkap zodanig dat het maximaal afvoerdebiet ongeveer 10 maal het volume van de keuken bedraagt. Indien het een open keuken betreft wordt het best dat deel afgebakend dat functioneel als keuken dienst doet.
Het dient wel te worden benadrukt dat het hier om maximale debieten gaat die niet noodzakelijk in elke situatie dienen te worden gebruikt.